Geschiedenis van het fonds

Het Kerkenarmenfonds van Hoorn stamt uit de Middeleeuwen. De zorg voor de armen was in de Middeleeuwen de taak van christelijke organisaties. De geschiedenis van het fonds is nauw verweven met die van de Noorderkerk. Anno 2014 is de doelstelling opnieuw precies eender als vijfhonderd jaar geleden: zorgen voor de armen in Hoorn en omstreken. 

Zij stelden hiervoor diakenen in. Deze speciale functionarissen hadden de opdracht geld en/of middelen in te zamelen en aan de armen te geven. In de praktijk deelden zij met name brood en soms turf uit. Aan het eind van de Middeleeuwen besloot de overheid zich ook met de zorg voor de armen te bemoeien. Er werden kerkenarmenvoogden aangesteld. In de archieven van de gemeente Hoorn ligt het electieboek waarin alle kerkenarmenvoogden vanaf 1530 vermeld staan. Vermoedelijk ligt hier de bakermat van het Kerkenarmenfonds.
De kerkenarmenvoogden in Hoorn verkregen hun inkomsten uit legaten die werden beheerd door kerkmeesters. Tot er in 1579 iets bijzonders gebeurde. In dat jaar droegen de kerkmeesters van de Noorderkerk het beheer van alle goederen en bezittingen over aan de kerkenarmenvoogden, inclusief de kerk zelf. Hierdoor veranderde de taak van de kerkenarmenvoogden aanzienlijk. Naast de armenzorg waren zij ineens ook verantwoordelijk voor het onderhoud, de koster, de voorzangers, de gravenmakers, et cetera. De bron van inkomsten veranderde eveneens. De kerkenarmenvoogden verkregen nu ook inkomsten uit bijvoorbeeld graven en zitplaatsen. Deze situatie duurde tot 1866.

 In 1866 werd het kerkelijke deel van de Noorderkerk gesplitst van het burgerlijke deel. Het kerkelijke deel ging op in de hervormde gemeente; het burgerlijke deel werd het Kerkenarmenfonds. Met deze splitsing kreeg het Kerkenarmenfonds de oorspronkelijke doelstelling van de kerkenarmenvoogden: de zorg voor de armen.

Vanaf het einde van de negentiende eeuw regelde de overheid voorzichtig de eerste sociale voorzieningen. Dat leidde er in 1921 toe dat het Kerkenarmenfonds in Hoorn het College van B&W subsidieerde voor de brood- en turfbedeling in plaats van het zelf te doen. Op 1 januari 1965 werd als sluitstuk de Wet algemene bijstand ingevoerd, waardoor het Kerkenarmenfonds feitelijk overbodig werd. Daarom paste het fonds zijn doelstelling aan. Het Kerkenarmenfonds hield zich vanaf 1965 tot 2012 vooral bezig met het ondersteunen van maatschappelijke en culturele activiteiten in Hoorn en omstreken. In deze periode konden vele historische gebouwen, objecten en culturele instellingen rekenen op een financiële bijdrage van het fonds.

In 2012 besloot het Kerkenarmenfonds zich weer meer te richten op de oorspronkelijke doelstelling: de armenzorg. Het fonds stelt nu ook financiële middelen beschikbaar voor de studie van personen met een laag inkomen of bijstandsuitkering.